Ik
leerde de uitdrukking kennen tijdens een reis naar Marokko, nu al zo twaalf
jaar geleden. Marokkanen gebruikten de uitdrukking los en vast wanneer ze over
de toekomst spraken. Vaak is 'inshallah' zelfs een beleefde manier om nee te
zeggen. Je stel bijvoorbeeld voor om morgen ergens naar toe te gaan.
'Inshallah' antwoord de ander. 'Als God het wil'. Dat kan zomaar betekenen dat
God het wel heel duidelijk moet willen omdat hij dat zelf eigenlijk niet wil en
ook niet van plan is, maar dat gewoon niet durf te zeggen. Dat mag voor
Nederlanders oneerlijk klinken, maar ik herken dat als Zuid-Afrikaan wel een
beetje. We zeggen ook wel vaker iets als: 'Ons sal maar sien' of 'Ons sal 'n
bietjie kyk'. Dat is een beleefde manier om een uitnodiging af te wijzen, of
open te houden, zonder direct aanstoot te geven. Vaak is dat ook een
natuurlijke manier van omgaan met de toekomst in een cultuur waar alles minder
gepland is dan de Nederlandse. Dat geeft
een beetje vrijheid om morgen nog te beslissen, want je weet maar nooit wat
voor andere dringende dingen kunnen gebeuren en dan zit je met zo een afspraak.
Deze terughoudendheid gaat ook gepaard met een bewustheid van de
weerbarstigheid van de werkelijkheid en dikwijls met een groot respect voor God
(of het noodlot). Al ben ik inmiddels gewend aan de Nederlandse manier van
plannen - er zijn wel mensen die nu al weten hoe laat ze over zes weken met
iemand een bakkie koffie gaan doen - heb ik soms nog wel moeite om mezelf
helemaal in te metselen in afspraken en toezeggingen. Zo nu en dan gebruik ik
dan ook bij wijze van een grap de uitdrukking 'inshallah'.
Afgelopen
week deed ik dat weer zijdelings in een toezegging om naar een expositie over
het Jodendom te gaan. Ik kreeg een redelijk heftige reactie van iemand die zich
ergerde aan een 'islamitische' uitdrukking in verband met iets wat over het
Jodendom gaat. Verder werd ik er ook op gewezen dat Allah een maangod is en
later dat Christenen vaak in sommige landen worden verboden om de term Allah te
gebruiken. Mijn tegenwerping dat Allah gewoon het Arabische woord voor God is,
stuitte ook op weerstand. Ik ben een dergelijke gedachtegang al vaker tegen
gekomen en besloot het dus maar uit te zoeken.
Twee
vragen:
Twee
vragen zijn van belang. Gebruiken Arabische Christenen het woord Allah voor
God? En gebruiken Arabischsprekende Christenen de term 'Insha'Allah' op een
vergelijkbare wijze als hun moslim landgenoten?
Ik
stelde deze vragen aan vier contacten. Twee ervan zijn Egyptische Christenen,
een derde is een Libanese Christen en de vierde een Nederlandse studente
Arabisch die nauw betrokken is in de Palestijnse gebieden.
De
antwoorden van alle vier waren eenstemmig:
1.
Arabische Christen gebruiken het woord Allah zoals wij het woord God
gebruiken. Dat gebruiken ze in hun gebeden, in hun liturgie, in hun viering van
het avondmaal/eucharistie, in hun theologie en in hun dagelijks leven. Kijk je
in een Arabische Bijbel, is het waarschijnlijk dat je het woord Allah
tegenkomt overal waar je in een Nederlandse Bijbel het woord God
vindt.
2.
Arabische Christenen gebruiken de uitdrukking 'Inshallah' op een
soortgelijke wijze als hun moslim landgenoten. Sterker nog. De uitdrukking komt
zelfs voor in de Arabische Bijbel in Handelingen 18:21 en een verwante
uitdrukking in Jakobus 4:15 en 1 Kor. 4:19.
Alle
vier bevestigen aan me dat er eigenlijk geen verschil is in de manier waarop
Christenen en Moslims de termen gebruiken. Wel zijn er degelijk verschillen in
hoe beide groepen over God denken. Een Egyptische Christen zal je duidelijk
vertellen dat Christenen anders over God denken en dat hij/zij gelooft dat de
manier waarop moslims over God denken verkeerd is, maar hij of zij zal niet
snel beweren dat Allah eigenlijk een totale andere God is.
Wel
is het waar dat Christenen in Maleisië werden verboden het woord Allah te
gebruiken anders dan in een Islamitisch context. Wat men echter niet moet
vergeten is dat de voertaal in Maleisië niet Arabisch is, en dat de naam Allah
voor God uit het Arabisch door de Maleisiërs werden overgenomen, zonder kennis
van hoe deze ook door Arabische Christenen worden gebruikt. Verder is dit
verbod juist een erkenning dat moderne Christenen in Maleisië Allah gebruiken
om naar God te verwijzen.
Onkunde
of populisme?
Het
idee dat Allah een totaal andere God is, is een uitvindsel van enkele Westerse
predikers die in de moderne politieke klimaat werden toegejuicht om een verhaal
die is gebouwd op halve waarheden, aannames en misschien wel een beetje angst. Of
is dat gewoon puur en soort nationalisme of een 'christelijke' populisme? Deze
predikers demonstreren met zulke uitspraken hun onkunde van het Arabisch, de situatie in het Midden
Oosten en de geschiedenis.
Ja,
de naam Allah gaat wellicht terug op een van de goden die door de Arabieren
werden aanbeden. Maar heeft degenen die dat als ammunitie tegen de Islam willen
gebruiken nou ooit eens onderzoek gedaan naar andere woorden die voor God
worden gebruikt? Het Hebreeuwse Elohim is eigenlijk gewoon de meervoudsvorm van de naam van een
Kaänitische god El. En waar komt het Griekse woord Θεός,
het Duitse Gott en het Nederlandse God dan vandaan? En wie wil proberen dan maar met Jahweh aan
de dans te ontspringen moet ook maar eens gaan kijken wat sommige van de antieke
volken over Hem dacht. En dan weten we ook nog niet eens of we dat goed
uitspreken. Al wat we hebben zijn vier klinkers JHWH. De Joden hebben het zo
lang niet uitgesproken dat we eigenlijk niet met zekerheid kunnen zeggen of de
vocalisering als Jahweh wel kloppen.
Ironisch
genoeg is deze teruggrijpen naar Joodse wortels eigenlijk on-Joods. De
meeste orthodoxe Joden zullen er niet over peinzen om JHWH met welke vocalisering dan ook
op hun lippen te nemen. Dat zie je in de Joodse uitdrukking met dezelfde achterliggende gedachten als 'inshallah' namelijk 'Im jirtse Hashem',
letterlijk 'indien de Naam dat wil'.
Hoe
is uw naam?
Wanneer
Mozes naar de verdrukte Israëlieten in Egypte gaat, vraagt hij naar de naam van
de God die hem in de woestijn riep. Hierin zien we iets terug van de wereld
waarin het Joodse geloof ontstond. Dat was een wereld met verschillende goden
waarin het belangrijk was dat je de juiste naam van een godheid te pakken had. In
een godenwereld met veel goden moest je maar blij zijn als er eentje was die je
een beetje goedgezind was en wat voor je wilde doen. Zijn naam moest je kennen
om hem te kunnen aanroepen. Het antwoord die Mozes kreeg is een beetje
onverwacht. Hij kreeg namelijk geen tovernaam, geen afgesloten formule aan de
hand waarvan je precies kon concluderen over welke zaken deze God gaat en wat
zijn karakter precies is. In de naam die vertaald word met 'Ik ben wie Ik zal
zijn' zit geen afgesloten dogmatiek. Het is een uitnodiging om die God te leren
kennen, om maar met Hem mee te lopen. Met deze 'Ik ben' gaat Israel op reis en
ontdekte Hem als een God die dichtbij komt en met zijn mensen meegaat.
Ik
vraag me dan ook af wat zal gebeuren als Christenen minder met hun vuist op
tafel zouden slaan wanneer ze over God praten en mensen die niet geloven zoals
zij eerder zouden uitnodigen om met hen mee te gaan. Sterker nog: Wat zou
gebeuren als christenen vaker zouden doen wat hun God deed? Niet de ander
vragen om naar hen te komen, maar naar de ander gaan.
Later
in Exodus vertelt het verhaal hoe God bij zijn volk kwam wonen, in een tent, net
zoals zij in tenten zwierven. Hij trok met hen mee, ook in hun dwaling door de
woestijn. Zij dachten dat ze zelf zo goed waren. Ze dachten dat God van hun
alleen was. Ze dachten vaak zelfs dat God alleen hen heeft gekozen en de andere
volken heeft afgewezen. Later wezen hun profeten hen erop dat God hen riep omdat
Hij door hen alle volken wilde roepen.
In
hun eigen taal:
In
Handelingen lezen we hoe op de Pinksterdag de vervulde discipelen vertelden
over de grote daden van God en hoe Joden uit verschillende landen hoorde over
de grote daden van God. In hun eigen taal. Want ook de Joden spraken inmiddels niet meer allemaal Hebreeuws
thuis. Ze hoorde dat ook in het Arabisch (Hand. 2:11). En nu zou je dus kunnen
vragen wat voor woord Arabische gelovigen toen gebruikten. Allah? Ik weet het
niet. En misschien is dat ook wel goed zo. Ik weet alleen dat Handelingen
vertelt hoe de boodschap over deze God de grenzen doorbrak die door mensen zijn
gemaakt.
Onkunde
is niet de grootste zonde. Niemand van ons weet alles. Hoogmoed is wel zonde. Haat
ook. En haat komt vaak voor uit de combinatie van hoogmoed en onkunde maar
vooral uit angst. Voordat we dus iets aangrijpen om één groep weg te zetten of
de kloof tussen ons en hen dieper te graven - laten we onszelf informeren. Laten
we met mensen praten in plaats van over hen. Misschien worden we een stukje
nederiger en zeggen we dat we elkaar met meer geduld zullen bejegenen.
'Inshallah'. :)